Eigenschappen van de symbolen
Elk symbool heeft vier basiseigenschappen: nummer, referentie, type en commentaar. U kunt deze aanpassen via F12 - Document - Symbool.
Nummer verwijst naar de norm waarin het symbool is gedefinieerd en het bijbehorende symboolnummer. Dit veld is optioneel — niet elk symbool heeft dit nodig. Indien ingevuld, volgt het de standaard nummernotatie, bijvoorbeeld EN 60617: 04-01-01.
De standaardreferentie geeft het type symbool aan: R voor weerstand, C voor condensator, T voor transistor, enzovoort.
Het standaardtype definieert de elektrische eigenschappen van het symbool, zoals weerstand in Ω, capaciteit in pF of transistortype. Deze waarde dient als standaardwaarde in het schema en kunt u altijd wijzigen. Laat u dit veld leeg, dan worden er geen type-aanduidingen in het schema weergegeven.
Commentaar — hier voegt u eventuele notities toe.
Zichtbaarheid van referentie en type
Wanneer een symbool in de symbooleditor of bibliotheek een standaardreferentie en type heeft, worden deze automatisch zichtbaar weergegeven zodra u het symbool in een tekening invoegt.