Lijnstijlen
Beschikbare lijntypen
ProfiCAD biedt zeven basislijntypen die de meeste behoeften van technisch tekenen dekken:
- doorgetrokken
- gestreept
- gestippeld
- streep-punt
- streep-streep-punt
- streep-punt-punt
- gelijkmatig gestreept
Elk type behalve de doorgetrokken lijn is beschikbaar in drie formaten: normaal, .5x en 2x.
Het lijntype wijzigen
- Selecteer een lijn of draad.
- Zoek in het paneel Eigenschappen het item "Lijntype".
- Klik op de knop met de 3 puntjes.
- Kies in het dialoogvenster het gewenste lijntype.
Het dialoogvenster voor het kiezen van de lijnstijl in het paneel Eigenschappen ziet er zo uit:
Lijnschaal
Hebt u een fijner of grover patroon nodig? De lijnschaal wijzigt de grootte van de streepjes en tussenruimten in het lijnpatroon. U stelt hem in het paneel Eigenschappen in.
Eigen lijntypen
Zijn de ingebouwde stijlen niet genoeg, dan kunt u eigen stijlen maken. ProfiCAD gebruikt het LIN-formaat, bekend uit andere CAD-systemen. Lijndefinities worden opgeslagen in bestanden met de extensie .lin in de map _LIN van de symbolenbibliotheek. Er kunnen meerdere bestanden zijn – dan worden de definities uit alle bestanden samengevoegd.
LIN-formaat
Het is een eenvoudig tekstbestand. Elke lijndefinitie heeft twee regels:
De eerste regel begint met het teken *, gevolgd door de naam van de stijl, een komma en een beschrijving van de stijl.
De tweede regel begint met het teken A en bevat een reeks door komma's gescheiden getallen. Positief getal = lengte van een streepje, negatief getal = lengte van een tussenruimte, nul = punt. De eenheden zijn centimeters.
Voorbeeld:
*streep-punt (2x), ____ . ____ . ____ . ___
A,1.0,-.5,0,-.5
Betekenis: streepje van 1 cm, tussenruimte van 0,5 cm, punt, tussenruimte van 0,5 cm – en dan herhaalt het patroon zich.
Voor een beter begrip raden we aan het bestand lines.lin in de map _LIN te bekijken.