Symbool parameters
Met parameters maakt u één symbool dat u met verschillende waarden kunt gebruiken. Hieronder ziet u hoe dat werkt aan de hand van een voorbeeld.
Dit symbool (pulscodemodulatie) bevat de vaste waarden 3 en 7. Maar wat als u andere waarden nodig heeft?
Open het symbool in de symbooleditor en vervang de waarden 3 en 7 door parameters — bijvoorbeeld {x} en {y} (tussen accolades). U heeft nu een geparametriseerd symbool.
Selecteer het symbool in uw tekening, open het paneel Eigenschappen (dubbelklik op het symbool) en klik op "Parameters". Vul de gewenste waarden in voor x en y.